• Home
  • Vraagstukken
  • Hoe
  • Pilots
  • Overig
  • Uitstromen met beperking

    Enkele duizenden jongeren met een beperking volgen een beroepsopleiding in het mbo. Velen van hen vallen uit, halen geen diploma en hebben vervolgens problemen om werk te vinden. Ook voor degenen die wel het diploma behalen, is het vaak moeilijk werk te vinden dat bij hen past. Uit onderzoek blijkt dat vooral de praktijk – het lopen van stage en de overgang naar werk – voor deze groep het struikelblok is.

    HOE kan regionale samenwerking helpen?
    De overgang van opleiding naar werk is meer dan een overgangsmoment. Vaak wordt het begrip transitiefase gebruikt om de overgang als een periode in de loopbaan van jongeren te beschrijven. De transitie start gedurende de opleiding als jongeren zich gaan oriënteren op werk, stage gaan lopen en de afronding van de opleiding in zicht is. De transitie loopt door nadat jongeren de school verlaten en de overstap naar de arbeidsmarkt hebben gemaakt. Het vinden en behouden van werk staan dan centraal. Vanuit dit transitie-denken wordt duidelijk dat voor de overgang samenwerking noodzakelijk is: meerdere partijen zijn betrokken en medeverantwoordelijk voor het transitieproces.

    Veranderingen, zoals o.a. de wijzigingen in rugzakken (LGF) en de Wajong, de Participatiewet en de veranderingen in de Wmo, bieden veel kansen voor verbetering van de positie van jongeren met een beperking. Zo kunnen partijen in de regio meer en beter samenwerken en maatwerk ondersteuning bieden. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen: de meest kwetsbare fase in de loopbaan van de jongeren, namelijk de overgang van opleiding naar werk, is nog onvoldoende in beeld en bovendien dreigt verdringing op de arbeidsmarkt, waardoor de kans op werk nog kleiner wordt.

    WAT moet er gebeuren?
    Het denken in termen van transitie en daarmee gedeelde verantwoordelijkheid is nog relatief nieuw, maar hierin kan regionale samenwerking helpen. Mogelijke acties zijn:

      • Breng gezamenlijk, vroegtijdig, in kaart om welke jongeren het gaat. School en gemeente kunnen anticiperen op de transitiefase voor de jongeren als ze weten wie het zijn en wat er nodig is.
      • Vind een passende stageplaats – dit is cruciaal. In het praktijkonderwijs en VSO bestonden regionale netwerken opgezet door het UWV om (potentiële) Wajongers te helpen met het vinden van stage- en leerwerkplekken. Deze zogenaamde schoolse netwerken worden nu overgenomen door gemeenten, vaak vanuit een werkgeversservicepunt. Op een vergelijkbare manier kunnen netwerken opgezet worden voor mbo’ers. Gezien het regionale karakter van het mbo moeten gemeenten daarin samen optrekken.
      • Begeleid de jongere en stem hierbij af – eveneens cruciaal. In de eerste fase van de transitie is de school aan zet. De afstemming en samenwerking moet erop gericht zijn om een doorlopende begeleiding te realiseren, ook gericht op het vinden en behouden van werk.

     

    Voorbeelden

    • Pilot Jongeren met beperking van mbo naar werk, Nijmegen
    • Passend Leren en Werken, werkgroep van de MBO Raad
    • In de regio Friesland werken partners samen om een sluitende aanpak tot stand te brengen voor (potentiële) Wajongeren. Doel van de samenwerking is om problemen van de cliënt tijdens het traject naar werk gezamenlijk op te lossen.

    Zie voor vragen over dit onderwerp de veelgestelde vragen op deze site.