• Home
  • Vraagstukken
  • Hoe
  • Pilots
  • Overig
  • Hoe organiseren wij ons om de ambities te realiseren?

    Om regionale samenwerking op een succesvolle manier te organiseren is het goed om op de hoogte zijn van de organisatievormen, overlegstructuren en verbanden die er al zijn. Ook is het van belang om met elkaar afspraken te maken over rolverdeling en financiering. Het uiteindelijke doel is een vorm van overleg vinden met elkaar, die een concrete  toegevoegde waarde heeft.

    Regionale verbanden
    Vragen jouw ambitie, context en partners om samenwerking in lijn met bestaande regionale verbanden? Dan ligt het voor de hand om je acties daar in te passen op bestuurlijk, beleidsmatig of uitvoerend niveau. Voordeel is dat je geen nieuwe overlegstructuur hoeft op te tuigen. Initiatieven die aansluiten op bestaande netwerken zijn bovendien kansrijker, omdat partners elkaar al kennen en vertrouwen is opgebouwd.

    Er zijn verschillende regionale samenwerkingsverbanden, elk  met eigen taken, wettelijke basis, bekostigingsbronnen en regio-indeling.  In de bijlage vind je de meest relevante regionale samenwerkingsverbanden  voor regionaal onderwijsbeleid, zoals de arbeidsmarktregio, de RMC-regio of het samenwerkingsverband passend onderwijs vo.

    Daarnaast is het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) een mogelijkheid om binnen de regio thema’s te agenderen die vragen om samenwerking tussen onderwijs en gemeentelijke jeugdhulp. Waarschijnlijk worden mbo-instellingen vanaf schooljaar 2018 ook gevraagd deel te nemen aan het OOGO voor het voortgezet onderwijs.

    Tenslotte is het mogelijk om overkoepelend een regionale educatieve agenda op te stellen. Een regionaal educatieve agenda (REA) is een hulpmiddel zijn om regionale thematieken te verbinden en de verhouding ten opzichte van lokaal beleid helder te maken. Er zijn drie basisvormen voor een educatieve agenda. Welke vorm de samenwerking aanneemt, is afhankelijk van het ambitieniveau van de partners en van de voorwaarden om een bepaalde vorm in praktijk te brengen. Er zijn tal van varianten denkbaar, maar de drie vormen illustreren drie verschillende overlegstructuren: van een lichte tot een zware structuur.

    De verbinding kan ook anders worden gelegd. Bijvoorbeeld in de regio Noordoost Brabant is het regionale convenant vsv en arbeidstoeleiding kwetsbare jongeren een van de vier programmalijnen binnen het regionale arbeidsmarktprogramma Agrifood Capital werkt! Zo zijn de verschillende regionale aanpakken en partners logisch met elkaar verbonden.

    Rollen en regie
    Onderdeel van de afspraken over rollen en regie – belangrijk voor het organiseren van samenwerking –  is vaststellen wie voor welke onderdelen (financieel) verantwoordelijk is en wie de regie heeft over welke onderwerpen. Iedere partij heeft namelijk een andere rol binnen een samenwerking.

    Bedenk hierbij dat met name voor gemeenten een complexiteit geldt verschillende rollen, taken en bevoegdheden. De rollen lopen uiteen van subsidieverstrekker, opdrachtgever, regievoerder, mede-uitvoerder, samenwerkingspartner tot handhaver. Daarnaast kun je als gemeente ook initiërend of volgend optreden op een bepaalde thematiek. Dit wordt voor een groot deel bepaald door de context waarin de gemeente zicht bevindt. Een kleine gemeente met weinig capaciteit en weinig scholen en instellingen binnen de eigen gemeentegrenzen zal eerder een volgende positie innemen. Een grote gemeente die voor omvangrijke en nieuwe maatschappelijke problemen wordt geplaatst, zal eerder een initiërende positie kiezen. De positie van een gemeente is niet statisch en kan afhankelijk van het onderwerp verschillend ingevuld worden. In de praktijk zien we dat gemeenten per thema en in verschillende fasen van de opstart en uitvoering van beleid verschillende posities innemen.  Meer over de verschillende posities en mogelijkheden om het regionaal vorm te geven lees je in deze handreiking.

    Afspraken en werkagenda
    Om de samenwerking nog verder te structuren en organiseren is het ontwikkelen van een gezamenlijke agenda en werkafspraken een volgende stap.

    Om te inventariseren welke onderwerpen op de regionale (samenwerkings)agenda moeten staan als het bijvoorbeeld gaat om werk voor jongeren in een kwetsbare positie is de implementatiescan een nuttig instrument. Deze scan start met een regionale bijeenkomst van vertegenwoordigers van organisaties uit verschillende domeinen, waaronder onderwijs, werk en zorg. Zij houden de huidige samenwerking en aanpakken tegen het licht. Na deze gezamenlijke analyse volgt een werkagenda op maat met verbeteracties.

    Tot slot is communicatie van groot belang om het draagvlak voor een gekozen aanpak vast te houden. Informeer elkaar en presenteer resultaten aan alle partijen en de relevante achterbannen.

    Financiering
    Bij elke vorm van regionale samenwerking die het niveau van wederzijds informeren overstijgt, spelen financiën een rol. Wie betaalt welk stukje van de samenwerking of het traject? Of, wie draagt wat bij aan een gezamenlijke aanpak? Wat zijn de financiële verantwoordelijkheden van gemeenten, onderwijs en partners? Hoe zorg je voor duurzame bekostiging van een samenhangend aanbod voor jongeren?

    In de regio Friesland hebben de Friese gemeenten een financieringssystematiek afgesproken om ondersteuning aan jongeren op het vo en mbo mogelijk en financieel makkelijk te maken. In de pilotregio Doetinchem zijn gemeenten en onderwijs op zoek naar mogelijkheden om het aanbod financieel meer samen te laten hangen. In de pilotregio Zuid-Limburg hebben de gemeenten en samenwerkingsverbanden voor het po, vo en mbo de handen ineen geslagen om de ondersteuningsstructuur van het onderwijs goed op de jeugdhulp aan te laten sluiten. Het ontwikkelen van een passende financieringssystematiek voor vo en mbo is hierin nog een vraagstuk.

    Er zijn, naast de wettelijke financiële verplichtingen, legio mogelijkheden om financieringsbronnen aan te spreken voor samenwerkingstrajecten. Deze kunnen worden ingezet als additionele bronnen.